Coronavirus en de veranderde theologie over de schepping

Coronavirus en de veranderde theologie over de schepping

De Kerk heeft enige moeite gehad om de pandemiecrisis vanuit theologisch oogpunt te interpreteren. Dit komt omdat de hedendaagse theologie de traditionele opvatting van Gods schepping heeft vervangen, volgens welke Hij alles uit het niets heeft geschapen en een hele verzameling van dingen heeft voortgebracht die op mysterieuze wijze voor de verlossing zijn ingedeeld.

De hedendaagse theologie aanvaardt deze scheppingsvisie niet meer, maar volgt de leer van de jezuïet pater Teilhard de Chardin (1881-1955) nauwgezet. De schepping komt volgens hem niet meer van God. In plaats daarvan komt God uit de evolutie van de kosmos. Deze benadering maakt het onmogelijk om een pandemie te analyseren met God als Schepper in gedachten.

Een micro-organisme als Covid-19 kan verrassende dingen doen. Het kan zelfs de christelijke visie op de schepping in twijfel trekken. Het kan ons ook in staat stellen om de twee theologische opvattingen van de Schepping te contrasteren: de aloude traditionele en de "cutting-edge" hedendaagse theologie.

Velen hebben opgemerkt dat de Kerk enige moeite heeft gehad om de huidige pandemie te interpreteren vanuit theologisch oogpunt, dat wil zeggen vanuit het standpunt van de heilsgeschiedenis en het perspectief van het heil van de zielen. Er is geen gebrek aan gebeden tot de hemel of aan vrome verzoeken om Maria's voorspraak. Deze verzoeken zijn echter eerder een hulp in de huidige beproeving dan een mogelijkheid tot wijziging, zowel individueel als collectief. Met andere woorden, de mensen beschouwden de epidemie vooral als een natuurlijk feit en vroegen de Hemel om hulp bij het omgaan met dit natuurlijke lijden.

De traditionele opvatting van de Schepping volgt ongeveer deze schets: God schiep alles uit het niets, dus is Hij de Eerste Oorzaak en het Laatste Einde. Bijgevolg is dat Hij verlangt naar een hoger doel en laat Hij alles toe. De eeuwige verlossing van de zielen is het ultieme grotere goed en daarom heeft Hij op mysterieuze wijze alles in die zin geordend. Daarom is geen enkele gebeurtenis alleen maar natuurlijk, juist omdat de natuur niet iets is dat autonoom is ten opzichte van God. Natuurverschijnselen houden ook direct of indirect verband met het heil.

Gebeurtenissen hebben ook te maken met de zonden van de mens. Zo hebben zowel de Oorspronkelijke zonde als de huidige zonden een invloed op gebeurtenissen. Dat wil zeggen, zonden tegen God hebben invloed op de gebeurtenissen, niet op de zonden tegen de natuurlijke wereld (ecologische zonden). Daarom heeft de Kerk niet alleen het recht, maar ook de plicht om over deze kwestie na te denken en natuurrampen te koppelen aan Gods voorzieningsplan voor ons heil. We kunnen en moeten dergelijke gebeurtenissen interpreteren als uitnodigingen tot bekering en geestelijke zuivering.

De hedendaagse theologie accepteert deze visie op de schepping echter niet meer. In navolging van Teilhard de Chardin stelt zij dat alles wordt uitgelegd als een beweging van evolutie van het onvolmaakte naar het meest volmaakte, en Christus is het laatste Omega-punt van die evolutie. Dit begrip is in tegenspraak met de heilige Thomas van Aquino, die bevestigde dat de wereld niet eeuwig is, juist omdat hij uit het niets is geschapen, ook al is het begin ervan volgens hem niet aantoonbaar.

In plaats daarvan zien moderne theologen de wereld als een proces dat altijd naar het grotere neigt. Christus is het hoogtepunt van dit proces. Men zou durven zeggen dat de schepping niet meer van God afstamt, maar dat God uit de evolutie van de kosmos komt. Deze visie is in tegenspraak met een fundamenteel principe van de christelijke metafysica dat bevestigt dat het grotere niet uit het mindere kan komen.

In het nieuwe visioen kan echter het grotere uit het mindere komen, omdat materie vorm kan voortbrengen. Materie, zoals velen beweren (bijvoorbeeld Ernst Bloch), is niet alleen materie, maar heeft ook een interne dynamiek die het mogelijk maakt om vormen te genereren. Volgens Teilhard de Chardin is dit te zien in de mens, in wie de materie geest produceert in het beroemde proces van "mens-wording". De mens is een product van de evolutie. Hij is niet direct door God geschapen door middel van Zijn Levensadem, maar indirect binnen het proces van de schepping-evolutie. Zelfs de ziel kan deze oorsprong hebben, hoewel Paus Pius XII in de Encycliek Humani Generis de tegenovergestelde doctrine bevestigde.

Volgens Karl Rahner volgt de schepping ook deze weg. Hij beweert dat het denken aan een God die uit het niets schept in metafysische zin betekent dat we God interpreteren volgens de categorieën die we gebruiken om de dingen van deze wereld te verklaren, zoals een ambachtsman die zijn werk creëert. In de woorden van Rahner denken dergelijke concepten eerder aan God in categorische dan in transcendente zin.

Zo werkt Rahner's God slechts door secundaire oorzaken en niet door directe interventie. Hij schept vanuit de natuur en de geschiedenis door middel van evolutie. We hebben een gevoel van afhankelijkheid van God, niet omdat Hij ons heeft geschapen, maar omdat we door evolutie gerijpt zijn en een gevoel van afhankelijkheid van God hebben ontwikkeld. Alle theologische categorieën, inclusief de Schepping, rijpen historisch en door evolutie. Zelfs Jezus Christus wist niet dat Hij God was, maar evolueerde in dat geloof geleidelijk aan.

Deze benadering maakt het onmogelijk om een pandemie in verband te brengen met God de Schepper, al was het maar omdat hij het heeft toegestaan. Daarom kan de pandemie alleen maar een natuurlijke betekenis hebben en geen bovennatuurlijke boodschap overbrengen. Het tegendeel beweren is opnieuw onze aardse mentale categorieën opdringen aan het goddelijke vlak.

De enige lezing van de pandemie die de hedendaagse theologie toelaat is een natuurlijke verbintenis om een natuurlijke gebeurtenis onder ogen te zien. We kunnen het alleen zien als God die zich in de natuur en de geschiedenis manifesteert door middel van evolutie. De moderne mens zou een transcendente visie "vanuit Gods standpunt" verwerpen, die betrekking heeft op het heil van de zielen, even onwerkelijk en onbegrijpelijk als "magie".