De adel en de traditionele elites als leiders van de samenleving

De adel en de traditionele elites als leiders van de samenleving

Paulus VI ontvangt de adellijke garde op 7 januari 1964. Prins Alessandro Odescalchi draagt het vaandel van het lichaam.

De geestelijke kwaliteiten en ridderlijke manieren die voortvloeien uit de Christelijke deugden kwalificeren de edele om de opdracht uit te oefenen de maatschappij te leiden.

De maatschappij begeleiden: een vorm van apostolaat

De massa's van vandaag hebben behoefte aan bekwame gidsen.

De anonieme menigte wordt gemakkelijk tot wanorde aangezet; zij geeft zich blindelings en passief over aan de stroom die haar meesleurt of aan de grillen van de stromingen die haar verdelen en afleiden. Als het eenmaal de speelbal is geworden van de hartstochten of de belangen van zijn ophitsers, als van zijn eigen illusies, is het niet meer in staat om wortel te schieten op de rots en zich te stabiliseren om een echt volk te vormen, dat wil zeggen een levend lichaam met ledematen en organen, gedifferentieerd naar hun respectieve vormen en functies, maar toch allen tezamen werkzaam voor zijn autonome activiteit in orde en eenheid.

Het is de taak van de adel en de traditionele elites om de maatschappij te leiden en zo een briljant apostolaat tot stand te brengen.

U zou deze elite kunnen worden. U hebt een heel verleden van eeuwenoude tradities achter u, die fundamentele waarden vertegenwoordigen voor het gezonde leven van een volk. Onder deze tradities, waarop u terecht trots bent, plaatst u religiositeit, het levende en werkende Katholieke Geloof, als de belangrijkste van allemaal. Heeft de geschiedenis niet reeds op wrede wijze bewezen dat elke menselijke samenleving zonder godsdienstige grondslag onvermijdelijk naar haar ontbinding snelt en in terreur eindigt? In navolging van uw voorouders moet u daarom in de ogen van de mensen schitteren met het licht van uw geestelijk leven, met de luister van uw onwankelbaar geloof in Christus en de Kerk.

Tot deze tradities behoort ook de onschendbare eer van een diep Christelijk echtelijk en familiaal leven. In alle landen, althans in die van de Westerse Beschaving, klinkt nu een angstkreet over het huwelijk en het gezin, een kreet zo doordringend dat het onmogelijk is hem niet te horen. Ook hier moet u zich met uw voorbeeldig gedrag aan het hoofd stellen van de beweging voor de hervorming en het herstel van de huiselijke haard.

En tot deze zelfde tradities rekent u ook die van handelen voor het volk, in alle facetten van het openbare leven waartoe u geroepen zou kunnen worden, als levende voorbeelden van een onwrikbare plichtsbetrachting, als onpartijdige, belangeloze mannen die, vrij van alle buitensporige begeerte naar succes of rijkdom, geen andere betrekking aanvaarden dan om de goede zaak te dienen, moedige mannen die niet bang zijn voor het verliezen van gunst van hoogerhand, of voor bedreigingen van onderaf.

Tenslotte is er onder deze tradities ook de kalme, trouwe gehechtheid aan alles wat de ervaring en de geschiedenis hebben bekrachtigd en gewijd, die geest die onbewogen is door rusteloze opwinding en blinde zucht naar nieuwigheid, zo kenmerkend voor onze tijd, maar ook wijd open voor alle sociale behoeften. Diep overtuigd dat alleen de leer van de Kerk een doeltreffende remedie kan bieden voor de huidige kwalen, zet uw hart in om de weg voor Haar vrij te maken, zonder voorbehoud of zelfzuchtige achterdocht, met woorden en met daden, en vooral door, in het beheer van uw landgoederen, ware modelbedrijven te leiden, zowel in economisch als in sociaal opzicht. Een echte heer leent nooit zijn deelneming aan ondernemingen die zich slechts kunnen handhaven en bloeien ten koste van het algemeen welzijn en ten nadele en tot ondergang van personen van bescheiden stand. Integendeel, hij zal zijn deugdzaamheid ten dienste stellen van de kleinen, de zwakken, de mensen - van hen die, door een eerlijk beroep uit te oefenen, hun dagelijks brood verdienen met het zweet van hun voorhoofd. Alleen zo zult u waarlijk een elite zijn; zo zult u uw godsdienstige en Christelijke plicht vervullen; zo zult u God en uw land edelmoedig dienen.

Mag u dan, geliefde zonen en dochters, met uw grote tradities, met zorg voor uw vooruitgang en uw persoonlijke, menselijke en Christelijke volmaaktheid, met uw liefdevolle goede werken, met de naastenliefde en eenvoud van uw betrekkingen met alle sociale klassen, ernaar streven het volk te helpen zich opnieuw op de grondsteen te vestigen, om het koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid te zoeken.

Hoe de adel zijn missie van leiderschap moet uitoefenen

Bij de uitoefening van deze leidinggevende opdracht moet de adel in gedachten houden dat er een grote verscheidenheid aan leiderschapsfuncties bestaat.

In een geavanceerde samenleving als de onze, die na het grote cataclysme hersteld en opnieuw geordend zal moeten worden, zijn de verantwoordelijkheden van de leiders nogal divers: de leider is de man van de Staat, van de regering, de politicus; de leider is de arbeider, die, zonder zijn toevlucht te nemen tot geweld, bedreigingen of verraderlijke propaganda, maar door zijn eigen waarde, in staat is gezag en aanzien te verwerven onder zijn gelijken; de leiders zijn allen die op hun gebied werkzaam zijn, de ingenieur, de jurist, de diplomaat, de econoom, zonder wie de materiële, sociale en internationale wereld op drift zou raken; de leiders zijn de universiteitsprofessor, de redenaar, de schrijver, die allen ten doel hebben de geesten te vormen en te leiden; de leider is de militair die de harten van zijn soldaten doordrenkt met plichtsbesef, dienstbaarheid en opofferingsgezindheid; de leider is de arts die zijn opdracht vervult om de gezondheid te herstellen; de leider is de priester die de zielen de weg wijst naar het Licht en de Verlossing, en hen bijstaat om veilig op die weg voort te gaan.

De adel en de traditionele elites moeten deelnemen aan het leiderschap, niet slechts van één sector van de maatschappij, maar van elke waardige sector, en altijd met een traditionele en juiste geest en op een grondige manier.

En wat is, in deze veelheid van leiderschappen, uw plaats, uw functie, uw plicht? Zij presenteert zich in tweeërlei vorm: de persoonlijke functie en plicht van ieder van u afzonderlijk, en de functie en plicht van de klasse waartoe u behoort.

De persoonlijke plicht vereist dat jullie, met jullie deugd en ijver, ernaar streven leiders te worden in jullie beroepen. Wij weten immers allen goed dat de jeugd van uw edele klasse, zich bewust van het duistere heden en de nog onzekerder toekomst, er thans ten volle van overtuigd is dat werk niet alleen een sociale plicht is, maar ook een persoonlijke garantie voor levensonderhoud. En wij gebruiken het woord beroep in zijn ruimste, meest omvattende betekenis, zoals wij vorig jaar hebben kunnen vaststellen, dat wil zeggen technische of humanistische beroepen, maar ook politieke en sociale activiteiten, intellectuele bezigheden, allerhande werkzaamheden: het behoedzaam, waakzaam, hardwerkend beheren van uw eigendom, uw landerijen, volgens de modernste en meest beproefde teeltmethoden, voor het materiële, morele, sociale en geestelijke welzijn van de boeren of andere bevolkingsgroepen die erop wonen. In elk van deze situaties moet u alles in het werk stellen om als leider te slagen, hetzij op grond van het vertrouwen dat u wordt geschonken door hen die trouw zijn gebleven aan de wijze en nog levende tradities, hetzij op grond van het wantrouwen van zovele anderen, dat u zult moeten overwinnen door hun achting en respect te winnen, door in alles uit te blinken in de posities waarin u zich bevindt, in de activiteiten die u ontplooit, ongeacht de aard van de positie of de vorm van de activiteit.

Preciezer gezegd, de edele moet in alles wat hij doet de relevante menselijke kwaliteiten overbrengen die zijn traditie hem biedt.

Waarin moet deze voortreffelijkheid van leven en handelen dan bestaan, en wat zijn de voornaamste kenmerken ervan?

Zij manifesteert zich vooral in de volmaaktheid van uw werk, of het nu technisch, wetenschappelijk, artistiek of iets anders is. Het werk van uw handen en uw geesten moet die stempel dragen van onderscheid en volmaaktheid dat niet van de ene dag op de andere kan worden verworven, maar veeleer de weerspiegeling is van een verfijning van het denken, van het gevoel, van de ziel en van het geweten, geërfd van uw voorouders en onophoudelijk gevoed door het Christelijke ideaal.

Het manifesteert zich ook in wat men humanisme kan noemen, dat wil zeggen, de aanwezigheid, de tussenkomst van de volledige mens in alle uitingen van zijn activiteiten, zelfs als die gespecialiseerd zijn, op zo'n manier dat de specialisatie van zijn bekwaamheid nooit hypertrofiërend mag zijn, nooit verzwakkend, nooit de algemene cultuur overschaduwend, net zoals in een muzikale frase het dominante nooit de harmonie mag breken, noch de melodie mag belasten.

Het komt ook tot uiting in de waardigheid van zijn hele houding en gedrag - een waardigheid die echter niet dwingend is, en die, verre van afstanden te benadrukken, ze alleen laat verschijnen wanneer dat nodig is om anderen een hogere adel van ziel, geest en hart in te boezemen.

Tenslotte manifesteert zij zich vooral in de zin van een verheven moraal, van rechtschapenheid, eerlijkheid en oprechtheid, die elk woord en elke daad moet bezielen.

Aristocratische verfijning, die van nature zo bewonderenswaardig is, het zou nutteloos en zelfs schadelijk zijn als zij niet gebaseerd was op een hoger moreel besef.

Een immorele of amorele maatschappij die geen onderscheid meer maakt tussen goed en kwaad in haar geweten of in haar uiterlijke daden, die geen afschuw meer voelt bij het zien van corruptie maar er excuses voor maakt, zich er onverschillig aan aanpast, het met gunsten lokt, het zonder enige twijfel of berouw beoefent, er zelfs zonder blikken of blozen mee paradeert, en daardoor zichzelf vernedert en de deugd belachelijk maakt, is op weg naar de ondergang....

Echte adel is een heel andere zaak: In sociale relaties laat het een nederigheid schijnen vervuld van grootsheid, een naastenliefde onaangetast door enig egoïsme of bezorgdheid om het eigen belang. Wij zijn ons niet onbewust van de enorme goedheid, zachtmoedigheid, toewijding en zelfverloochening waarmee velen, en velen onder u, zich in deze tijden van eindeloos lijden en smart hebben neergebogen om de ongelukkigen te helpen en in staat zijn geweest het licht van hun liefdadige liefde over zich uit te stralen, in al zijn meest vooruitstrevende en doeltreffende vormen. En dit is een ander aspect van uw roeping.

"Nederigheid vervuld van grootheid:" Wat een bewonderenswaardige uitdrukking, zo tegengesteld aan de ijdele stijl van het huidige en aan de vulgariteit van de zogenaamd democratische en moderne omgangsvormen, levensstijlen en manier van zijn!

Elites met een traditionele opvoeding zijn diepzinnige waarnemers van de werkelijkheid

Een edelman, begaafd met een diep traditionele geest, kan in de ervaring van het verleden die in hem leeft, de middelen vinden om de huidige problemen beter te begrijpen dan vele andere mensen. Hij staat niet aan de zijlijn van de werkelijkheid, maar is er een subtiele en diepzinnige waarnemer van.

Er zijn kwalen in de maatschappij, net zoals er kwalen zijn in individuen. Het was een grote gebeurtenis in de geschiedenis van de geneeskunde toen op een dag de beroemde Laennec, een man van genie en geloof, zich angstvallig over de borstkassen van de zieken boog en gewapend met de stethoscoop die hij had uitgevonden, auscultaties verrichtte, waarbij hij de geringste ademhaling, de nauwelijks hoorbare akoestische verschijnselen van de longen en het hart onderscheidde en interpreteerde. Is het misschien niet een sociale plicht van de eerste rang en van het grootste belang om onder de mensen te gaan en te luisteren naar de verlangens en de malaise van onze tijdgenoten, om de hartslag van hun harten te horen en te onderscheiden, om remedies te zoeken voor veel voorkomende kwalen, om delicaat hun wonden aan te raken om ze te genezen en te behoeden voor de infectie die zou kunnen ontstaan door gebrek aan zorg, waarbij wij ervoor zorgen dat wij hen niet irriteren met een te harde aanraking?

Om de mensen van uw tijd te begrijpen en lief te hebben in de liefde van Christus, en van dit begrip en deze liefde blijk te geven door daden: Dit is de kunst en de manier om dat grotere goed te doen dat u ten deel valt, door het niet alleen direct te doen voor de mensen om u heen, maar ook in een bijna grenzeloze sfeer. Dan wordt uw ervaring een weldaad voor allen. En hoe prachtig is op dit gebied het voorbeeld van zoveel nobele geesten die vurig en gretig streven naar de totstandkoming en verspreiding van een Christelijke maatschappelijke orde!

Door het Geloof bewogen, kan en moet de authentieke en dus waarlijk traditionele aristocraat, terwijl hij zichzelf als zodanig behoudt, de mensen liefhebben, op wie hij een waarlijk Christelijke invloed moet uitoefenen.

De authentieke traditionele aristocraat: een beeld van Gods voorzienigheid

Maar, zou iemand kunnen vragen, zal de adel zichzelf niet kleineren door de leidende functies van vandaag op zich te nemen? En zal haar liefde voor het verleden geen belemmering vormen voor de uitoefening van de huidige activiteiten? In dit opzicht leert Pius XII:

Niet minder kwetsend voor u, en niet minder schadelijk voor de samenleving, zou het ongegronde en onrechtvaardige vooroordeel zijn, dat niet aarzelde te insinueren en te doen geloven, dat de patriciërs en edelen in hun eer en in het hoge ambt van hun stand tekortschoten in het uitoefenen en vervullen van hun plichten en functies, door ze naast de algemene activiteit van de bevolking te plaatsen. Het is waar dat in de oudheid de uitoefening van beroepen gewoonlijk beneden de waardigheid van edelen werd geacht, met uitzondering van het militaire beroep; maar zelfs toen, toen de gewapende verdediging hen eenmaal vrij had gemaakt, gaven meer dan enkelen van hen zich gemakkelijk over aan intellectuele werken of zelfs handenarbeid. Tegenwoordig, met de veranderingen in de politieke en sociale omstandigheden, is het natuurlijk niet ongewoon de namen van grote families in verband te brengen met de vooruitgang in wetenschap, landbouw, industrie, openbaar bestuur en regering - en zij zijn des te meer opmerkzame waarnemers van het heden en zelfverzekerde en moedige pioniers van de toekomst, omdat zij met vaste hand vasthouden aan het verleden, klaar om te profiteren van de ervaring van hun voorouders, maar snel om op hun hoede te zijn voor de illusies en fouten die de oorzaak zijn geweest van vele verkeerde en gevaarlijke stappen.

Als bewaarders, door uw eigen keuze, van de ware traditie die uw families eert, komt u de taak en de eer toe bij te dragen tot de redding van de menselijke samenleving, om haar te behoeden voor de steriliteit waartoe de melancholieke denkers die jaloers zijn op het verleden haar zouden veroordelen en voor de catastrofe waartoe de onbezonnen avonturiers en profeten, verblind door een valse en leugenachtige toekomst, haar zouden leiden. In uw werk zal, boven u en als het ware in u, het beeld verschijnen van de Goddelijke Voorzienigheid, die met kracht en zachtmoedigheid alle dingen naar hun volmaaktheid beschikt en leidt (Wijs 8, 1), zolang de dwaasheid van de menselijke trots niet tussenbeide komt om haar plannen te dwarsbomen, die echter altijd boven het kwaad, het toeval en het geluk staan. Door zo te handelen zult ook gij kostbare medewerkers zijn van de Kerk, die, zelfs te midden van beroering en strijd, nooit ophoudt de geestelijke vooruitgang van de volkeren te bevorderen, de stad van God op aarde als voorbereiding op de eeuwige stad.

De zending van de aristocratie onder de armen

Eén aspect van de deelname van de traditionele elites aan de leiding van de maatschappij is hun opvoedkundige en liefdadige actie. Dit wordt op bewonderenswaardige wijze beschreven door Paus Pius XII.

Maar, zoals elk rijk erfgoed, brengt dit een aantal zeer strikte plichten met zich mee, des te strikter omdat dit erfgoed rijk is. Bovenal zijn het er twee:

1) de plicht deze schatten niet te verkwisten, ze in hun geheel door te geven, indien mogelijk zelfs vermeerderd, aan hen die na u komen; dus de verleiding te weerstaan om in deze schatten slechts een middel te zien tot een leven van meer gemak, plezier, aanzien en verfijning;

2) de plicht deze goederen niet alleen voor uzelf te reserveren, maar ze ruimhartig ten goede te laten komen aan hen die minder begunstigd zijn door de Voorzienigheid.

De edelheid van weldadigheid en deugdzaamheid, beste zonen en dochters, werd zelf veroverd door uw voorouders, en getuigen hiervan zijn de monumenten en huizen, de ziekenhuizen, tehuizen en gestichten van Rome, waar hun namen en hun nagedachtenis getuigen van hun voorzichtige en waakzame vriendelijkheid voor de behoeftigen en ongelukkigen. Wij zijn ons er terdege van bewust dat het het patriciaat en de Roomse adel aan deze glorie en uitdaging om goed te doen, voor zover zij in de positie waren om goed te doen, niet heeft ontbroken. Maar in dit pijnlijke uur, waarin de hemel wordt geteisterd door waakzame, achterdochtige nachten, voelt uw geest, terwijl hij een nobele ernst handhaaft, ja een levensstijl van soberheid die alle kleinigheden en lichtzinnige genoegens uitsluit, die voor ieder wellevend hart onverenigbaar zijn met het schouwspel van zoveel lijden, des te scherper de drang tot liefdadigheid die u aanspoort om de verdiensten die u reeds hebt behaald voor het verlichten van menselijke ellende en armoede, te vermeerderen en te vermenigvuldigen.

Noot voor de lezer:

De originele teksten van alle toekenningen die in dit werk worden genoemd, zijn te vinden in de gepubliceerde documentenverzamelingen van het Vaticaan voor de respectievelijke pausen. Vertalingen van de toekenningen van Pius XII zijn te vinden in Deel III van Nobility and Analogous Traditional Elites in the Allocutions of Pius XII, Plinio Corrêa de Oliveira, Hamilton Press (oktober 1993). Voetnootverwijzingen naar de toekenningen zijn afgekort tot "RPN", gevolgd door het jaar van de toekenningen en de pagina('s) waarop zij te vinden zijn in de verzamelde documenten of, indien anders aangegeven, in Deel III van Nobility and Analogous Traditional Elites.

Voetnoten :

RPN 1946, blz. 340; zie hoofdstuk III.

Ibid., blz. 341-342.

RPN 1945, blz. 274-275.

Ibid., blz. 275-276.

Ibid., blz. 276.

Ibid., pp. 276-277.

RPN 1944, blz. 180-181.

Ibid., pp. 181-182.

RPN 1941, blz. 364-365.