De genezing van Ars laat zien hoe u kunt profiteren van uw lijden

De genezing van Ars laat zien hoe u kunt profiteren van uw lijden

19 juli 2020 | Plinio Corrêa de Oliveira

De Genezing van Ars

Het boek ‘The Spirit of the Cure van Ars’ van pater Alfred Monnin bevat de catechismuslessen, homilieën en gesprekken van de heilige Johannes Vianney. Een passage spreekt over hoe het lijden te zien is als een voorrecht. Zo staat er in The Cure of Ars:

"Sommige mensen houden niet van God en bidden niet tot Hem, en toch bloeien ze. Wanneer dit gebeurt, is dat een slecht teken. Het betekent dat deze mensen een paar goede dingen deden temidden van veel slechte dingen. God beloont deze kleine goede daden in dit leven. Soms zeggen we dat God degenen straft van wie Hij houdt. Deze bewering is echter niet altijd waar. Voor wie God liefheeft, zijn beproevingen geen straffen; het zijn genaden."

Lijden als een middel om tot God te naderen

Deze passage vat het grote principe van de Katholieke leer samen dat lijden een onmisbaar middel is om tot God te naderen. Het is onmisbaar om twee redenen.

De eerste is omdat God wilt dat wij, voor het welzijn van onze ziel, dat kleine beetje lijden voltooien dat Hij in zijn lijdensweg wilde laten ontbreken. De tweede reden is omdat de mens in de erfzonde is verwekt en daarom moet lijden. Wij hebben een permanente bron van wanorde in ons. Wij hebben ongebreidelde en slechte begeerten die voortkomen uit onze ongeordende en gevallen natuur.

Onze menselijke natuur vraagt voortdurend om aanstootgevende dingen. Zo willen we wat van anderen is. Wij doen wat wij niet mogen doen en denken over wat wij niet mogen denken. We zijn altijd geneigd om op deze manier te handelen.

Lijden elimineert ongeordende lusten

Lijden is de manier om deze ongeordende eetlust, die in onze natuur aanwezig is, te elimineren. Lijden verbreekt een zekere uitbundigheid die deze slechte kant van de natuur voedt. Deze slechte uitbundigheid maakt ons pretentieus, verwend, arrogant, verwaand en veeleisend.

Wanneer we lijden, leren we tevreden te zijn met weinig. We worden affectief, begripvol en nederig. Wanneer we beginnen te lijden, vreet dat aan de slechte neigingen van onze ziel, zodat ze geleidelijk verdwijnen en afnemen. We kunnen dan beter worden.

Hoe een ondraaglijk lijden iemands leven kan veranderen

Stelt u voor dat een uiterst gevoelige man voor met een onuitstaanbaar temperament die bij het minste geringste verontwaardigd wordt. Dan houd hij zich alleen maar bezig met in het middelpunt van de belangstelling staan en op te scheppen.

Stelt u voor dat hij een lichamelijk lijden ervaart. Plotseling voelt hij een intense pijn in zijn been. Vijftien uur per dag kreunt hij van de pijn en zegt: "Oh, ik kan het niet meer verdragen! Kom mij gezelschap houden door een beetje met mij te praten. Breng me een voorwerp dat ik nodig heb. Help me met iets dat ik moet doen. In Godsnaam, heb medelijden met mij!"

Is het niet zo dat na zes maanden het slechte temperament van deze persoon zou zijn doorbroken? Hij zou door de zeef worden gehaald. Door te kreunen en te lijden, leerde hij de waarheid kennen, die de menselijke natuur, ontstaan in de erfzonde, verafschuwt. Wij horen niet graag dat een gewoon, normaal leven zonder grote genoegens al een groot goed is. Zo'n mens kan zichzelf al gelukkig noemen. Helaas is het leven zo'n tranendal dat wij voortdurend op zoek zijn naar buitengewone bestaansvoorwaarden, zoals een groot fortuin, aanzien of wat wij ook maar willen. Wanneer dit gebeurt, raken we uit evenwicht.

Wanneer normale genoegens bevredigen

Bijvoorbeeld, een man die al zijn levensbehoeften heeft veiliggesteld zal vaak beginnen te dagdromen. Hij zal zich een bed voorstellen waarin hij met het grootste comfort kan slapen, met een speciaal soort matras en allerlei accessoires. Hij zou dit als geluklukig ervaren!

Wanneer hem echter door lijden een normale nachtrust wordt ontnomen, herinnert hij zich hoe heerlijk het is om zonder pijn te slapen. U kunt zich zelf al voorstellen wat hij tegen zichzelf zegt: "O, wat was dat prettig! Ik ben nu de enige die de nacht kreunend zal doorbrengen! Iedereen in dit huis gaat normaal slapen, en ik zal als enige de hele nacht kreunend doorbrengen. Wat is een pijnloze nacht toch fijn!"

Omdat hij zoveel geleden heeft, begint hij de enorme waarde in te zien van regelmatig slapen en een normaal bed. Dit besef is het begin van matigheid; het is de begane grond van matigheid.

Fantasieën najagen

Een ander voorbeeld kan een man zijn die dagdroomt over het maken van fantastische reizen om prachtige gelegenheden bij te wonen. In het verleden sloegen sommige mensen een krant open en lazen: "Vlieg naar Perzië voor de Kroning van de Sjah." Die reis zou vele duizenden dollars kosten. De persoon die nog geen duizend dollar had, dacht bij zichzelf na over hoe hij aan het geld kon komen door zijn auto te verkopen, in termijnen te betalen of zich in de schulden te steken.

Uiteindelijk zou hij nieteens naar het evenement gaan en zou dus ongelukkig worden. Op de dag van de Kroning van de Sjah van Perzië ligt hij dan in bed te mokken omdat hij zijn dagdroom om naar de gebeurtenis te gaan niet heeft kunnen waarmaken.

Die persoon verdient een paar flinke klappen. Als deze arme man zijn been breekt en zes maanden in een rolstoel zit, beseft hij al gauw dat het grootste geluk niet bestaat in het bijwonen van de Kroning van de Sjah van Perzië, maar in het maken van een wandeling in de tuin. Terwijl hij daar in zijn stoel zit, bedenkt hij hoe heerlijk het zou zijn om alleen maar tot de hoek te komen en naar de voorbijgangers op straat te kijken. Op die manier zou hij beginnen om een beetje wijsheid te verwerven.

Beproevingen zijn onontbeerlijk

Onze extravaganties, grilligheden en driften worden op deze manier door lijden doorbroken. Deze beproevingen en mislukkingen zijn onontbeerlijk. Zonder hen leven we niet goed. Merkwaardig genoeg lijkt de noodzaak van het zedelijk lijden van de ziel sterk op wat er met het lichaam gebeurt. Een lichaam dat zich nooit inspant, lijdt.

De noodzaak van lijden

Neem bijvoorbeeld het beeld van een pasja (een hoge ambtenaar)uit het Midden-Oosten die te midden van kussens woont, die zich nooit beweegt, en die al zijn tijd doorbrengt met het roken van een waterpijp en het eten van van die felgekleurde snoepjes terwijl hij op een terras ligt.

Wij zouden kunnen denken: "Wat een heerlijk leven leidt die pasja!" Dat is een illusie. Door zijn passiviteit lijdt de pasja aan allerlei organische aandoeningen. Hij leeft tussen twee helse alternatieven: Als hij beweegt, lijdt hij onder iets dat zijn onbeweeglijke comfort verstoort. Blijft hij echter inactief, dan voelt hij zich vreselijk omdat het slecht is voor zijn gezondheid. Hij bevindt zich dus tussen geweld en ziekte. Het gevolg is dat zijn gezondheid achteruit gaat, en dat hij vroeg zal sterven.

Het menselijk lichaam heeft een zekere mate van geweld of oefening nodig om zich goed te voelen. Hetzelfde geldt voor de ziel. De ziel heeft lijden nodig. Als we niet lijden, gaan we er uiteindelijk naar op zoek. Er is iets in onze ziel waardoor we lijden als we niet lijden. Gebrek aan lijden veroorzaakt een soort misselijkheid met alles om ons heen. Dit onbehagen is een straf voor hen aan wie God geen kruizen zendt. De zeer ware en rechtvaardige gedachte van de Heilige Genezing van Ars over het belang van lijden is er dus een die wij altijd in gedachten moeten houden.

Het voorgaande artikel is afkomstig uit een informele lezing die professor Plinio Corrêa de Oliveira gaf op 8 augustus 1967. Het is vertaald en aangepast voor publicatie zonder zijn revisie. -Ed.