Dienstbaarheid, een vreugde (deel 2)

Dienstbaarheid, een vreugde (deel 2)

Door: dr. Plinio Corrêa de Oliveira

Stel je dan voor dat aan je geest - gekneusd door het leven, vereelt of zelfs gewond, heet van de koorts - een van die figuren verschijnt waarover je kinderlijke onschuld, die nu al vele jaren dood is, placht te dromen. Een koningin, majestueus en glimlachend, leidt u bij de hand in de stralen van stralend, vredig, regenboogkleurig licht die haar omringen in een poging u te helpen. De atmosfeer is van zo'n zuiverheid dat ze welriekend lijkt met alle parfums van de natuur: bloemen, wierook, of wat je maar wilt. En jij, beste atheïst, laat je meeslepen. Je loopt naar die gestalte te staren die nog mooier is dan de lichten die haar omhullen, en nog aromatischer dan de parfums die uit haar vloeien: prachtige geschenken die zij ontvangt van een onzichtbare maar soevereine bron die niet met haar verward is maar door haar heen straalt.

Je erkent hoeveel dwaasheid er is in de grote oceaan van je bitterheid. Maar nu is het vergeten. Je ziet dat er onmetelijk veel meer is dan de dagelijkse sfeer, waarin je verdriet woedt en zich vermenigvuldigt, en dat er een sublieme en rustige orde van zijn is die je uiteindelijk zult kunnen betreden. Je beseft dat je alleen in deze hogere orde het geluk zult vinden dat je tussen de wormen zocht, maar dat in werkelijkheid achter de sterren woont.

Je kijkt steeds meer naar de Vrouwe en het begint te lijken alsof je haar al kende. Je onderzoekt haar gelaat en probeert te ontdekken wat je zo vertrouwd voorkomt. In iets, in haar blik, in een bepaalde liefdevolle toon van genegenheid, in haar glimlach, in sommige zekerheden die zij uitstraalt - rijk aan impliciete uitingen van genegenheid - herken je bepaalde onuitsprekelijke flitsen van de ziel die je zag in de meest edelmoedige bewegingen van de ziel van de aardse moeder die je had of, als een van de ontelbare vormen van verweesd zijn in de wereld van vandaag je zou zijn overkomen, van de moeder die je graag zou hebben gehad.

Je richt je blik, en je ziet nog meer. Niet alleen een moeder, uw moeder, maar iemand - Iemand - die u de onuitsprekelijke kwintessens lijkt, de meest complete synthese van alle moeders die er waren, zijn en zullen zijn, van alle moederlijke deugden die de intelligentie en het hart van de mens kunnen kennen. Meer nog, zij lijkt de volledige synthese van graden van deugdzaamheid die alleen heiligen, vliegend op de vleugels van genade en heldenmoed, zich weten voor te stellen en te benaderen. Zij is de moeder van alle kinderen en van alle moeders. Zij is de moeder van alle mensen. Zij is de moeder van de Mens.

Ja, van de God-Mens, de God die Mens werd in haar maagdelijke schoot, om alle mensen te verlossen. Zij is een Moeder die gedefinieerd wordt door één woord - mare (zee) - waaruit, op haar beurt, een naam voortkomt, een naam die een hemel is: MARIA.

Door haar komen tot u alle genaden en gunsten van de goddelijke zon, die oneindig superieur is, maar in haar schijnt te wonen (zoals de zonnestralen in glas-in-loodramen schijnen te wonen). Je smeekt, en je ziet dat er naar je geluisterd wordt. Je wilt, en je ziet jezelf bevredigd. Vanuit de diepte van de vrede die je begint te zalven en te omhullen, voel je een soort geluk opkomen dat het stralende tegendeel is van datgene waarnaar je tot voor kort nog verwoed streefde. Dit aardse geluk - als je het al bezat - heb je uiteindelijk terzijde geschoven als versleten, blasé, als een kind dat speelgoed wegduwt dat niet langer onderhoudend is.

Zoals een lelie ontspringt in een moeras of een bron ontspringt in een woestijn, begint er iets nieuws te verschijnen in de gefrustreerde egoïst die je was. Dit nieuwe iets is niet egoïsme, de exclusivistische liefde voor jezelf, maar het is liefde; liefde voor eeuwige principes, voor fulgurante idealen en voor verheven en smetteloze doelen, die je ziet schitteren in de onuitsprekelijke Vrouwe en die je begint te verlangen om te dienen.

Ziehier de naam van uw nieuw geluk: Dienstbaarheid, jezelf toewijden, jezelf onsterfelijk maken, en alles wat je toebehoort. Dit geluk zul je vinden in alles wat je voorheen vermeed: onbeloonde goede inzet, onbegrepen goede wil, logica die door huichelaars wordt veracht of genegeerd door oren die niet willen horen, confrontatie met laster die nu eens huilt als een orkaan, dan weer discreet sist als een slang, en nu, ten slotte, ligt als een lauw briesje beladen met dodelijke miasma's. Uw vreugde bestaat er nu in zoveel schande te weerstaan, op te rukken en te overwinnen, ook al wordt u verwond, verworpen of genegeerd. Alles ten dienste van de Vrouwe "bekleed met de zon, en de maan onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren" (Apoc. 12:1), Ja, alles om haar te dienen, en hen die haar volgen.

U dacht dat geluk betekende alles te hebben. Nu, integendeel, vind je dat geluk bestaat uit jezelf volledig te geven.

Misschien vrees je dat ik droom en jou ook laat dromen terwijl je deze zinnen leest, die je in je goedheid misschien verrukkelijk hebt gevonden. Nee, ik droom niet, noch laat ik u dromen, noch zijn deze regels prachtig. Hoe kleurloos zijn ze in vergelijking met de Ware Devotie tot de Heilige Maagd Maria, door de heilige Louis Grignion de Montfort. In dit werk rechtvaardigt de beroemde missionaris van het einde van de zeventiende eeuw en het begin van de achttiende (wiens volgelingen de "Chouans" waren, helden in de strijd tegen de atheïstische en egalitaire Franse Revolutie van het einde van de achttiende eeuw), door middel van een onberispelijk logische redenering, gebaseerd op de meest solide waarheden van het geloof, het profiel van de heiligheid van Maria. Hij onderzocht diepgaand de betekenis van haar maagdelijk moederschap, haar rol in de verlossing van het menselijk ras, haar positie als Koningin van Hemel en Aarde, Mede-Verlosseres van de mensen, en Universele Middelares van de genaden die van God tot ons komen alsook van de gebeden van de lijdende mensheid tot de Almachtige God. In het licht van dit alles analyseert de heilige de voorzienigheid van Maria en laat zien hoe de Moeder Gods ieder mens op het oog heeft en ieder van ons liefheeft met een grotere liefde dan alle moeders ter wereld op één kind zouden kunnen concentreren.

Het was om u aan te trekken tot de overweging van deze grote schatten, deze grote gedachten en deze grote waarheden, dat ik besloot u te schrijven. Tegelijkertijd heb ik het verlangen vervuld van verscheidene broeders in het Geloof, die niets liever willen dan u in hun midden te hebben, heel dicht… bij haar.

Als de genade mijn woorden heeft willen bedekken, hebt u in uzelf iets gevoeld als een verre muziek, die zo overeenstemt met uzelf en met uw levendigste aspiraties, dat men zou zeggen dat zij voor u is gecomponeerd, dat u een dorst naar harmonie voelde, en dat u geboren bent om uzelf daaraan te geven.

In één woord, je bent voor haar geordend, en zonder haar ben je niets dan wanorde.

En als in de grote harmonie van het heelal zelfs de onbeduidendste zandkorrel, de meest duistere waterdruppel, en de laagste en meest verwrongen worm van de aarde hun plaats en hun functie hebben, zal het dan niet hetzelfde zijn met de orde van het heelal - of, beter gezegd, met zijn hoogste toppen - dat wil zeggen, het panorama van waarheden dat ik u zojuist door middel van metaforen heb voorgehouden en dat de heilige Louis de Montfort met de meest gezonde en vaste consequentie afleidt uit het Katholieke Geloof, uit dat geloof dat de heilige Paulus op zijn beurt heeft omschreven als "rationabile obsequium" (Rom. 12, 1)?

Als dit hele panorama dat u ordent en zonder hetwelk u slechts een chaos bent, vals is, dan bent u, zoals ieder mens, niet op uw plaats, een buitenbeentje, een - vergeef me mijn prosaïsme - een wrat, een uitwas, een kankergezwel, een catastrofe in dit zo oppermachtig geordende universum. Kunt u zich voorstellen dat dit waar is voor uzelf, voor ons, voor alle mensen, die, als mensen, in werkelijkheid de koninklijke top zijn van die orde?

Te geloven dat dit zo is, te geloven in zo'n monsterlijke tegenstrijdigheid geplaatst op de top van zo'n volmaakte orde, is inderdaad irrationeel. Het is de apotheose van absurditeit.

Folha de S. Paulo, September 20, 1980 (*)

(*) Het voorgaande artikel is vertaald en aangepast zonder revisie van de auteur.