Gehoorzaam om vrij te zijn (deel 3)

Gehoorzaam om vrij te zijn (deel 3)

Door: dr. Plinio Corrêa de Oliveira

Nee, beste atheïst. Met een verre echo van de woorden van de Bisschop Sint Remigius bij het dopen van Clovis, de eerste Christelijke Koning van de Franken, zeg ik tegen je: "Verbrand wat je hebt aanbeden en aanbid wat je hebt verbrand." Ja, verbrand egoïsme, twijfel, apathie, en, bewogen door de liefde van God, heb lief en dien en vecht voor het Geloof, voor de Kerk, en voor de Christelijke beschaving. Offer jezelf op. Zweer jezelf af.

Hoe? Zoals zij door de eeuwen heen hebben gedaan, zij die streden voor Jezus Christus de "goede strijd" (2 Tim. 4:7).

En je zult het opmerkelijk goed doen als je de methode volgt die is gedefinieerd en gerechtvaardigd door de heilige Louis-Marie Grignion de Montfort. Het betreft de "slavernij van de liefde" tot de Allerheiligste Maagd.

Slavernij… een hard en vreemd woord, vooral voor moderne oren, die gewend zijn ieder ogenblik te horen spreken over losmaking en vrijheid, en steeds meer geneigd zijn tot de grote anarchie die, als de Magere Hein met zeis in de hand, de mensen sinister schijnt toe te lachen als zij hen opwacht op de drempel van de uitgang van de twintigste eeuw.

Welnu, er is een slavernij die bevrijdt, en een vrijheid die tot slaaf maakt.

Van een man die zijn verplichtingen nakomt, werd vroeger gezegd dat hij een "slaaf van de plicht" was. In feite was hij een man op het toppunt van zijn vrijheid, een man die, door een volkomen persoonlijke wilsdaad, de wegen begreep die hij moest volgen, er met manmoedige kracht naar streefde, en de aanvallen overwon van de wanordelijke hartstochten die hem trachtten te verblinden, zijn wil te verzwakken, en de weg te versperren die hij vrij had gekozen. Vrij was de man die, na deze opperste overwinning behaald te hebben, met vaste schreden in de juiste richting liep.

Integendeel, hij die zich door de weerbarstige hartstochten liet meeslepen in een richting die noch door zijn verstand was goedgekeurd, noch door zijn wil werd verkozen, was een "slaaf". Deze werkelijk verslagen mensen werden "slaven van de ondeugd" genoemd. Door slavernij aan de ondeugd hadden zij zich "bevrijd" van de heerschappij van het gezonde verstand.

Leo XIII legde deze begrippen van vrijheid en slavernij op briljante wijze uit in zijn encycliek, "Libertas".

Vandaag is alles omgekeerd. Een "hippie" die doelloos rondloopt met een bloem in zijn hand, of die naar believen terreur zaait met een bom in zijn hand, wordt beschouwd als een toonbeeld van een "vrij" mens. Integendeel, wie leeft in gehoorzaamheid aan de wetten van God en van de mensen, wordt eerder als gebonden dan als vrij beschouwd.

In het huidige perspectief is vrij iemand aan wie de wet toestaat de drugs te kopen die hij wil, ze te gebruiken zoals hij wil, en zich er tenslotte aan te onderwerpen. De wet die verbiedt dat de mens zich tot slaaf van de drugs maakt, is tiranniek en slaafs.

In dit scheelzien, dat uit een omkering van waarden voortvloeit, is de religieuze gelofte, waarbij de monnik in alle bewustzijn en vrijheid afziet van elke stap achteruit en zich overgeeft aan de onthechte dienst van de hoogste Christelijke idealen, slaafs. In die daad om zijn beslissing te beschermen tegen de tirannie van zijn eigen zwakheid, onderwerpt de monnik zich aan het gezag van waakzame oversten. Wie zich aldus bindt om zich te vrijwaren van slechte hartstochten, dreigt vandaag als een verachtelijke slaaf te worden beschouwd, alsof zijn overste hem een juk oplegde dat hem zijn wil afsneed. In plaats daarvan dient de overste als een leuning voor verheven zielen die, vrij en onbevreesd - zonder toe te geven aan de gevaarlijke duizeling der hoogten - streven naar de top van de trappen van de hoogste idealen.

Kortom, sommigen beschouwen hem als vrij die, met zijn verstand beneveld en zijn wil verbrijzeld en gedreven door de waanzin van zijn zinnen, in staat is om wulps naar beneden te glijden in de glijbaan van de slechte zeden. En hij is een "slaaf" die zijn eigen rede dient, met zijn wilskracht zijn eigen hartstochten overwint, de goddelijke en menselijke wetten gehoorzaamt en de orde in praktijk brengt.

In dat perspectief is "slaaf" vooral hij die, om zijn vrijheid vollediger te waarborgen, er uit vrije wil voor kiest zich te onderwerpen aan autoriteiten die hem naar zijn doel leiden. Zo ver worden wij geleid door de huidige sfeer, doordrenkt van Freudianisme!

Vanuit een ander perspectief heeft de heilige Louis de Montfort de "slavernij van de liefde" tot Onze Lieve Vrouw bedacht, een slavernij die geldt voor alle leeftijden en alle standen in het leven: leken, priesters, religieuzen, enzovoort.

Wat betekent het woord "liefde" hier, op een verrassende manier verbonden met het woord "slavernij", aangezien dit laatste de heerschappij is die brutaal wordt opgelegd door de sterken aan de zwakken, door de egoïst aan de ellendigen die hij uitbuit?

In de gezonde filosofie is "liefde" de daad waardoor de wil uit vrije wil iets wil. Zo zijn, ook in het huidige taalgebruik, "willen" en "liefhebben" woorden die in dezelfde betekenis kunnen worden gebruikt. "Slavernij van de liefde" is het edele hoogtepunt van de handeling waarbij iemand zich uit vrije wil geeft aan een ideaal of een zaak, of, soms, zich bindt aan een ander.

De heilige genegenheid en de plichten van het huwelijk hebben iets dat bindt, dat verbindt, dat veredelt. In het Spaans worden handboeien "echtgenoten" genoemd. De metafoor doet ons glimlachen; en omdat zij zinspeelt op onverbrekelijkheid, kan zij een koude rilling teweegbrengen bij hen die in echtscheiding geloven. In het Engels spreken we van de "bonds" van het huwelijk. Bindender dan de staat van een gehuwde man is die van een priester. En, in zekere zin, nog meer bindend is die van de religieuzen. Hoe hoger de vrij gekozen staat, hoe sterker de band, en hoe authentieker de vrijheid.

Zo stelt de heilige Louis de Montfort voor dat de gelovigen zich vrijelijk aan de heilige Maagd toewijden als "slaven van de liefde", en haar hun lichaam en ziel schenken, hun goederen, zowel innerlijk als uiterlijk, en zelfs de waarde van al hun goede daden, vroeger, nu en in de toekomst, opdat Onze Lieve Vrouw daarover kan beschikken tot grotere glorie van God, in tijd en eeuwigheid (vgl. "toewijding aan Jezus Christus, de mensgeworden Wijsheid, door de heilige Maagd Maria"). In ruil daarvoor, als een verheven moeder, verkrijgt Onze Lieve Vrouw voor haar "slavinnen van liefde" de genaden van God die hun verstand verheffen tot het meest heldere begrip van de hoogste thema's van het Geloof, die hun wil een engelachtige kracht verlenen om zich vrijelijk op te richten naar die idealen en om alle innerlijke en uiterlijke hindernissen te overwinnen die zich onterecht daartegen verzetten.

Maar, zal iemand vragen, hoe zal een monnik, die reeds onder gelofte onderworpen is aan het gezag van een overste, in staat zijn deze hemelse en engelachtige vrijheid te beginnen beoefenen?

Niets is gemakkelijker. Als hij monnik is door een oproep van God (roeping), is het dus door de wil van God dat de religieus zijn oversten gehoorzaamt. De wil van God is de wil van Onze Lieve Vrouw. Wanneer een religieus dus als "slaaf van de liefde" aan Onze Lieve Vrouw is gewijd, is het als haar slaaf dat hij zijn eigen overste gehoorzaamt. De stem van deze overste is voor hem als de stem van Onze Lieve Vrouw op aarde.

De heilige Louis de Montfort, die alle mensen oproept tot de hoogte van de vrijheid die de "slavernij van de liefde" biedt, gebruikt termen die zo voorzichtig zijn dat ze veel ruimte laten voor belangrijke nuances. Zijn "slavernij van de liefde", die zo vol is van bijzondere betekenis voor de personen die door een gelofte gebonden zijn aan de religieuze staat, kan evengoed worden beoefend door wereldlijke priesters of leken, omdat, in tegenstelling tot de religieuze geloften die voor een bepaalde periode of voor een heel leven binden, de "slaaf van de liefde" deze meest verheven toestand op elk moment kan verlaten zonder ipso facto zonde te begaan. En terwijl de religieus die zijn regel overtreedt een zonde begaat, begaat de "slaaf der liefde" geen enkele zonde door het enkele feit dat hij de totale vrijgevigheid van de gave die hij gedaan heeft, in iets tegenspreekt. De leek handhaaft zich in deze toestand van slavernij door een vrije daad, impliciet of expliciet elke dag herhaald, of beter, op elk moment.

De "slavernij van de liefde" is dus voor alle gelovigen die engelachtige en opperste vrijheid waarmee Onze Lieve Vrouw ons op de drempel van de eenentwintigste eeuw glimlachend en aantrekkelijk opwacht en ons uitnodigt tot haar heerschappij, overeenkomstig haar belofte in Fatima: "Uiteindelijk zal Mijn Onbevlekt Hart zegevieren."

Kom, beste atheïst, bekeer u en loop met mij, met alle "slaven van de liefde" van Maria, naar die heerschappij van opperste geordende vrijheid en van opperste vrije orde, waartoe de Slavin van Onze Lieve Heer, de Koningin van de Hemel, u uitnodigt.

Wend u af van de drempel waarop de duivel, als de Magere Hein met zijn macabere lach, in zijn hand de zeis houdt van de opperste slavernij van de vrijheid en van de opperste vrijheid van de slavernij, de zeis van de anarchie.

Folha de S. Paulo, September 20, 1980 (*)

(*) Het voorgaande artikel is vertaald en aangepast zonder revisie van de auteur.