Glorie, vreugde en eer

Glorie, vreugde en eer

Door: dr. Plinio Corrêa de Oliveira

“The good shepherd gives his life for his sheep”

(Joh 10:11)

In deze droevige dagen, die gekenmerkt worden door zijn ontzetting uit het aartsbisdom Esztergom, heeft kardinaal Mindszenty eens te meer bewezen dat hij een goede herder is, een waarachtige en rechtschapen vertegenwoordiger van de Goede Herder bij uitstek. In de strijd tegen het Communisme, dat zijn schapen in geestelijke en materiële ellende heeft gestort, heeft de Hongaarse kardinaal zojuist het laatste en misschien wel pijnlijkste offer gebracht.

Dit jaar is het 25 jaar geleden dat hij door de communisten werd opgesloten. Een beroemde foto toont hem in de beklaagdenbank met een verschrikte maar onbreekbare blik, vastbesloten om zijn plicht tot het einde te vervullen. De hele wereld zag die foto en huiverde van afschuw en bewondering. Toen kwam het snelle interval van de anticommunistische opstand. En toen begon de lange gevangenschap van kardinaal Mindszenty op de Amerikaanse ambassade. Een gevangenschap waarin - oh mysterie! -- het hem zelfs verboden werd contact op te nemen met de bewoners van het gebouw. Kardinaal Mindszenty bleef echter als een eenzame zuil staan tussen de puinhopen van zijn vaderland, hield met zijn gedrag de religieuze en nationale grandeur van het koninkrijk van Sint Stefanus in stand en bereidde met zijn voorbeeld de wederopstanding van zijn volk voor.

De kardinaal was in ieder geval getroost door de moedige, standvastige en voortdurende steun van paus Pius XII. En hij wist duidelijk dat hij een voorwerp van tedere bewondering was in het hele Christendom. Op dat stevige fundament heeft de onversaagde zuil door de jaren heen alle stormen doorstaan.

De mate van lijden die de Voorzienigheid van hem eiste, leek te zijn vervuld. Zijn holocaust zou eindigen in die tragische eenzaamheid te midden van universele bewondering.

Toch was er nog iets dat hij moest geven: een goede herder geeft alles, zelfs zijn eigen leven. Zoals onze Heer, "de Zijnen liefgehad hebbende…heeft hij hen liefgehad tot het einde toe" (Johannes 13:1).

Toch was het nodig dat de grote zuil een verflauwing van die bewondering kon verdragen en dat zijn eigenlijke basis de grootste klappen kon verdragen.

Na de dood van paus Pius XII deed een groeiende tendens tot samenwerking met het Communisme in brede Katholieke sectoren geleidelijk de bewondering voor de grote kardinaal vervagen. Tenslotte kwam van de troon van Sint Pieter het verzoek dat hij afstand deed van zijn grote isolement in het verwoeste Hongarije en de trivialiteit van een comfortabele ballingschap aanvaardde. De grote Kardinaal gehoorzaamde. De stem van Petrus had zich nog nooit zo krachtig laten horen als toen hij de torenhoge man op de knieën dwong, een man die de gecombineerde druk van Moskou en Washington niet had kunnen ombuigen.

Paus Paulus VI gaf hem als residentie een sobere en eenzame toren in de Vaticaanse tuinen

Welke mysteries brachten Kardinaal Mindszenty ertoe om helemaal alleen uit zijn toren te vertrekken en plotseling in Wenen te verschijnen? Niemand weet het. Feit is dat hij zich opnieuw als een eenzame zuil in de Oostenrijkse hoofdstad vestigde en zijn weldadige schaduw wierp over de grens van zijn nabijgelegen vaderland.

O kracht, o grootsheid! Zelfs zijn schaduw stoorde de verachtelijke tirannen die Hongarije regeren. De zuil moest geveld worden.

Toen schudden de heiligste handen op aarde de zuil en wierpen hem gebroken op de grond. Kardinaal Mindszenty was niet langer aartsbisschop van Esztergom.

Het offer is volbracht, de herder heeft alles gegeven.

Maar, o waanzin van menselijke illusies! De aartsbisschop is gevallen toen hij zijn diocees verloor, maar zijn morele figuur van de goede herder die zijn leven geeft voor zijn schapen is tot aan de sterren gestegen. En uit deze grandioze figuur putten wij allen, echte Katholieken, anticommunistische Katholieken over de hele wereld, onoverwinnelijke aanmoediging, kracht en hoop. En onze toejuiching stijgt tot het grote slachtoffer: Tu gloria Jerusalem, tu laetitia, Israel, tu honorificentia populi nostri (Judith 15:10). U bent de glorie van Jeruzalem, u bent de vreugde van de gelovigen, u bent de eer van hen die de onaantastbare strijd voortzetten.