Hoe Don Pelayo het Katholieke Spanje heeft Gered.

Hoe Don Pelayo het Katholieke Spanje heeft Gered.

Don Pelayo, in de minderheid maar gewapend met een onoverwinnelijk geloof, trok met zijn heldhaftige geest Gods zegen aan en veranderde de loop van de Spaanse geschiedenis.

Een fascinerend aspect van het Oude Testament is Gods tussenkomst ten gunste van hen die alles doen wat ze kunnen terwijl ze geconfronteerd worden met overweldigende kansen en op Hem rekenen om het onmogelijke te doen. Als we lezen over David en Goliath, Gideon en de Slag om Jericho, de Makkabeeën en anderen, krijgen we de indruk dat God werkelijk een harnas aantrekt en aan hun kant ten strijde trekt. De geschiedenis van het Nieuwe Testament telt een aantal van dergelijke ingrepen. Daaronder is het wonderbaarlijke verhaal van de Reconquista, of de herovering van Spanje op de islamitische overheersing.

Jihad

Minder dan zeventig jaar na de dood van Mohammed in 632 hadden zijn volgelingen reeds het grootste deel van het Midden-Oosten en Noord-Afrika veroverd. In het begin van de achtste eeuw richtten de leiders van de nieuwe godsdienst hun blik op het Christelijke Europa, dromend van nieuwe Moorse veroveringen.

Aan de andere kant van de Gibraltarstraat verkeerde het Katholieke Spanje van de Visigoten in een staat van decadentie, ondermijnd door de Ariaanse ketterij, doordrenkt van ondeugd, met een laks leger en volk, en verdeelde leiders.

Vanwege de interne verdeeldheid stelden verraders in 711 de moslims op de hoogte van de zwakke punten langs de Spaanse zuidkust. Zonder een tweede uitnodiging af te wachten, landde het islamitische leger. Het gif van verraad, gevoegd bij de meedogenloosheid van het kromzwaard, veroverde heel Spanje in een paar jaar.

Maar de Heer der Heerscharen had de Spaanse David die het zou opnemen tegen de nieuwe Islamitische Goliath al lang voorbereid.

Een krijger, een grot en een koningin

Het Cantabrisch Gebergte in Noord-Spanje vormt een natuurlijke vesting van hoge pieken, diepe kloven, smalle valleien, steile kliffen en altijd groene bossen. Dit gebied behoort tot de "Pieken van Europa" en was ooit het paradijs van heremieten, en het thuis van beren, berggeiten en stijgende adelaars. Het is ook bekend als de bakermat van het Katholieke Spanje, het beginpunt van onze wonderbaarlijke sage.

Op een dag, rond het jaar 718, klauterde een herrieschopper wanhopig over rotsen en keien, op de vlucht voor een jonge krijger die van plan was hem gevangen te nemen. Plotseling dook de achtervolgde man een grote grot in en verdween in de donkere diepte. De krijger achtervolgde hem en vond de onruststoker, wanhopig vastgeklampt aan een eerbiedwaardige kluizenaar. Naast de oude man stond een klein beeld van Maria Allerheiligst met het Kindje Jezus in haar armen. Op verzoek van de kluizenaar verleende de krijger de onruststoker een toevluchtsoord en staakte de achtervolging. "God zal u hiervoor zegenen, mijn vriend," sprak de kluizenaar.

De namen van de onruststoker en de kluizenaar zijn met de geschiedenis verdwenen, maar de jonge krijger heette Pelayo, een edelman van koninklijke afkomst en onbevreesd van karakter. De grot staat tot op de dag van vandaag bekend als Covadonga, en het Mariabeeldje dat daar vereerd wordt als Onze Lieve Vrouw van Covadonga, Bevrijder en Koningin van Spanje.

Het vroege Spanje

In het begin van de achtste eeuw werd Spanje geregeerd door de Visigotische koning Vitiza, een man die even brutaal als corrupt was. Toen hij nog een prins was, vermoordde Vitiza de hertog van Fáfila en verbande diens zoon Pelayo.

Na de dood van Vitiza waren zijn zonen niet in staat de troon veilig te stellen vanwege de impopulariteit van hun wrede vader. Profiterend van de chaos, greep de waardige Rodrigo, hertog van Bética, de macht en riep zichzelf uit tot koning. Hierop zwoeren de aanhangers van Vitiza en zijn zonen wraak. Zij stuurden boodschappers naar de volgelingen van Mohammed over de Straat van Gibraltar in Noord-Afrika en onthulden hun alle zwakke punten langs de Spaanse zuidkust.

Tariff bem Ziyad was degene die voor deze taak was uitgekozen door de gewiekste Musa bem Nusayr, gouverneur van islamitisch Afrika. Geholpen door nog een verrader, de graaf van Olian, heer van Gibraltar, die toen in vijandschap leefde met koning Rodrigo, won Ziyad in 711 vele opeenvolgende veldslagen.

Wat begon als een eenvoudige invasie werd een regelrechte veroveringsoorlog toen vele vijanden van het Visigotische regime zich bij Ziyad aansloten.

De noodlottige slag van Guadalete

Uiteindelijk slaagde koning Rodrigo erin een leger van 100.000 slecht getrainde mannen bijeen te brengen en ontmoette hij de moslims in Guadalete. In het heetst van de strijd sloten de aanhangers van Vitiza en zijn zonen zich aan bij de binnenvallende Moren, en een aanval van achteren besliste de dag voor Ziyad. Koning Rodrigo werd gedood en zijn lichaam verdween. Eeuwen later werd zijn graftombe in Portugal ontdekt.

Pelayo duikt op

In die strijd vocht ook Pelayo, wiens vader, de hertog van Fáfila, door Vitiza was gedood. Na de nederlaag van Guadalete vluchtte Pelayo met familieleden naar Asturië in Noord-Spanje.

Ondertussen werd Nusayr jaloers op Ziyad en besloot hij te delen in de glorie en de buit van de verovering van Spanje. Hij stak de Straat van Gibraltar over met een machtig leger en veroverde daarmee Granada, Malaga, Merida, Sevilla en Zaragoza.

De volgelingen van Vitiza, die hun schanddaden bleven koppelen aan verraad, gaven stad na stad over aan de indringer. Als dominostenen vielen de ene na de andere regio en slechts enkele steden in de Cantabrische streek bij de Pyreneeën bleven gevrijwaard van de islamitische overheersing.

De moslim Munuza werd benoemd tot gouverneur van Gijón in deze regio en zou Pelayo tegen het lijf lopen doordat hij verliefd werd op de zuster van de Spanjaard. Pelayo verzette zich tegen deze verbintenis en werd gevangen genomen in het zuiden van Spanje. Hij ontkwam aan zijn ontvoerders en keerde terug naar zijn familie, waar Munuza een bruiloft plande. Zijn verzet maakte de gouverneur woedend en hij liet hem opsluiten.

Het verzet begint

Pelayo werd gewaarschuwd door vrienden, zocht zijn toevlucht in de bergen van Cantabrië en zwoer zich te verzetten tegen het nieuwe regime. Zijn natuurlijk leiderschap, zijn faam als onverschrokken strijder en zijn rang als prins van koninklijke afkomst trokken veel Katholieken aan die de invaller wilden bestrijden. Rond hem verzamelde zich een leger van ongeveer duizend man. Eenstemmig riepen zij Pelayo in 716 of 718 uit tot koning.

Volgens de overlevering legde de kluizenaar die de grot van Covadonga bewoonde, Pelayo een houten kruis in de hand met de woorden: "Ziehier het teken van de overwinning", omdat de karmozijnrode vlag van de Goten was verdwenen in de noodlottige slag bij Guadalete. Pelayo plaatste dit kruis bovenaan zijn vaandel om het in de strijd te dragen.1

Toen Pelayo merkte dat de aandacht van de Islam nu gericht was op de verovering van Frankrijk, begon hij invallen tegen Moslim bolwerken, waarbij hij opeenvolgende overwinningen behaalde.

Toen Munuza hoorde van de opstand, stuurde hij een bericht naar Alahor, de Emir van Cordoba, die op zijn beurt zijn luitenant Alkama met een grote troepenmacht stuurde om de opstandelingen te verpletteren. Alkama bracht Don Opas mee, de bisschop van Sevilla, een verwant van Pelayo en een islamitische collaborateur, in de hoop dat hij Pelayo ervan zou kunnen overtuigen de onmogelijke taak op te geven. Ondertussen had Pelayo zijn kleine troepenmacht verdeeld over strategische posities in het Cantabrisch Gebergte, terwijl hij, met enkele mannen, zijn posities innam in de grot van Covadonga waar het beeld van Maria Allerheiligste werd vereerd.

Interview met Bisschop Opas

Vóór de slag stuurde Alkama bisschop Opas om te proberen Pelayo over te halen zijn zwaard neer te leggen door hem gratie en vele voordelen te beloven. Bisschop Opas zou gezegd hebben: "Broeder, ik ben er zeker van dat u tevergeefs werkt. Wat voor weerstand kunt u bieden als heel Spanje en zijn legers de Islamieten niet konden weerstaan? Luister naar mij. Zet u neer en geniet van uw vele bezittingen in vrede met de Arabieren zoals iedereen doet."

Pelayo antwoordde: "Ik wil geen vriendschap met de Islamieten en zal niet aan hun rijk onderworpen worden. Weet gij niet, dat de Kerk Gods is als de maan, die, eenmaal verduisterd, in hare volheid terugkeert? Wij vertrouwen op Gods barmhartigheid en weten dat uit deze berg de gezondheid van Spanje zal voortkomen. U met uw broeders en Olian, minister van Satan, besloten deze mensen het koninkrijk van de Goten te geven. Maar wij, met Onze Heer Jezus Christus als onze pleitbezorger voor God de Vader, verachten deze schare heidenen in wiens naam u komt. En door de voorspraak van de Moeder Gods, die de Moeder van Barmhartigheid is, geloven wij dat dit kleine leger van 105 Goten zich zal vermenigvuldigen als zaaigoed van een klein mosterdzaadje." 2

Zich realiserend dat er in Pelayo geen compromis te vinden was, keerde bisschop Opas terug naar het moslimleger en zei: "Ga door naar de grot en vecht, want alleen het zwaard zal iets van hem verkrijgen."

De slag (718-722)

Op die dag stonden twee verschillende beschavingen en religies tegenover elkaar. De islam, die over het Midden-Oosten en Noord-Afrika had gezegevierd, stond nu op het punt het laatste bolwerk van een verwoest land, een verwoeste beschaving, een tot slaaf gemaakt volk en een ontheiligde godsdienst te verpletteren. Daar, in Covadonga, zou worden beslist of Spanje een verlengstuk van de islam zou worden of het speerpunt van de Christelijke beschaving.

Toen Pelayo en zijn mannen vanuit de grot van Covadonga naar beneden keken, zagen zij een massale moslim horde. Alkama en zijn mannen jubelden, zeker van een gemakkelijke overwinning. Een kilte van angst verergerde de kilte van de grot, maar de ontembare leider, wijzend op het kleine beeld van Onze Lieve Vrouw van Covadonga, herinnerde zijn dappere mannen eraan al hun vertrouwen te stellen in haar bescherming. Deze kleine Vrouwe, "mooi als de maan, schitterend als de zon, verschrikkelijk als een leger in slagorde", 3 kon hun vertrouwen niet beschamen. En zo begon die verschrikkelijke, ongelijke strijd.

Op een teken van Alkama werden een massa stenen en pijlen naar de mannen in de grot geslingerd. Op dat moment gebeurde er iets wonderbaarlijks.

De befaamde zestiende-eeuwse Spaanse historicus, pater Juan de Mariana, beschrijft de strijd:

Ze vochten bij de ingang van de grot met allerlei wapens, en een regen van stenen. Toen openbaarde zich Gods macht, gunstig voor de onze en tegengesteld aan die van de mohammedanen, want de pijlen en speren die de vijand afvuurde, keerden op hen terug en veroorzaakten grote schade onder hen. De vijand was verbijsterd over zulk een wonder. Verbijsterd en in vuur en vlam van de hoop op de overwinning, kwamen de Christenen uit hun schuilplaats, gering in aantal, vuil en in vodden, en raakten in gevecht. Ze vielen de vijand fel aan, die, uit balans gebracht, zich omdraaide en wegrende. 4

Ondertussen duwden de andere strijders, die op strategische plaatsen in de bergen waren opgesteld, grote rotsblokken en boomstammen naar beneden op het moslimleger dat nu in de diepe valleien van het gebied vastzat. Anderen schoten hun pijlen af. Op hetzelfde ogenblik brak er een angstaanjagende storm uit, die de paniek nog deed toenemen en de moslims in wanorde deed vluchten. Achtervolgd door de Christenen, werden zij in de Cangasvallei in een verschrikkelijke strijd gedood.

De verraderlijke bisschop Opas werd gevangen genomen, en Alkama werd samen met duizenden moslims gedood. Het overgebleven Moorse leger sloeg op de vlucht en werd bedolven door een berg dicht bij de rivier Deva, die plotseling op hen viel en hen in de rivier verdronk. Eeuwenlang daarna, als de rivier 's winters zwol, dreven beenderen en delen van harnassen naar de oppervlakte.

Terug in Gijón, bij het horen van de verbazingwekkende nederlaag, vluchtte Munuza met zijn troepen, maar werd achtervolgd door de Spanjaarden die hem in de buurt van Oviedo inhaalden en hem en zijn mannen doodden.

Don Pelayo begon het herstel van Spanje

Aangemoedigd door een zodanige overwinning en Pelayo's voorbeeld, sloot een toenemend aantal Christenen zich bij hem aan. Een van hen was Alfonso, de zoon van de hertog van Biskaje, die zijn vader en zijn land verliet om aan Pelayo's zijde de strijd aan te gaan. Alfonso trouwde later met de dochter van de held, Ormisinda, en na de vroegtijdige dood van Pelayo's zoon Fávila, werd hij koning Alfonso I de Katholiek.

In plaats van zijn hof te vestigen in Gijón, de belangrijkste stad van Asturië, koos Don Pelayo voor Cangas de Onis, in de streek van de "Pieken van Europa", omdat dit een beter verdedigbare positie was.

Pelayo genoot niet veel vrede. Hij streefde er niet naar en kon het ook niet verwachten van de moslims. Hij bracht de rest van zijn leven door met vechten tegen de Moorse invallers. Hij stierf een natuurlijke dood in Cangas de Onis in 737 en werd begraven door zijn vrouw Gaudiosa bij het altaar van Onze-Lieve-Vrouw in de Grot van Covadonga. Het grafschrift op zijn tombe luidt:

"Hier ligt de heilige koning Don Pelayo, die werd verkozen in het jaar 716, en die in deze wonderbaarlijke grot begon met de heropbouw van Spanje...

1. Later liet Alfonso III dit kruis met goud en edelstenen bedekken. Tegenwoordig wordt het bewaard in de kathedraal van Oviedo onder de naam "Kruis van de Overwinning." http:="" www.arbil.org="" <="" a>(31)pely.htm"="">http://www.arbil.org/(31)pely.... 2. http://www.arbil.org/[31]pely....3. Cantikel der Cantikels 6:9. 4. Uit een artikel van José Maria dos Santos, gepubliceerd in Catolicismo (oktober, 2002), gebaseerd op Pater Juan de Mariana, Historia General de España, vol. I, verrijkt en aangevuld door Eduardo Chao (Imprenta y Libreria de Gaspar Roig, Editores, Madrid, 1848), 308.