Is digitale technologie behulpzaam of  schadelijk?

Is digitale technologie behulpzaam of schadelijk?

Kan digitale technologie onze manier van denken veranderen? Kan het onze morele oordelen beïnvloeden? Deze vragen hebben een groot debat ontketend over het juiste gebruik van technologie in ons leven. Velen wijzen nu op enkele van de negatieve effecten die zijn ontstaan naarmate het gebruik universeel werd.

De Amerikaanse auteur Nicholas Carr stelt dat het effect onmiskenbaar negatief is. Hij is de auteur van verschillende boeken en artikelen over technologie, bedrijfsleven en cultuur, waarin hij kritiek levert op de dwaalgedachte van het technologisch utopisme. Deze ideologie is in tegenspraak met de leer van de Erfzonde en stelt dat de vooruitgang in wetenschap en technologie zal leiden tot een utopie waarin lijden kan worden uitgebannen en geluk kan worden bereikt.

Carr gaat in op de psychologische vertakkingen van hoe technologie ons kritisch-denkvermogen schaadt. Hij stelt dat voortdurend internetgebruik multi-tasking bevordert, overstimulatie veroorzaakt, nooit eindigende berichtgeving vereist en aanzet tot het snel afromen van materiaal.

Als gevolg hiervan ontmoedigt dit gedrag acute observatie, diep denken, reflectie en nauwkeurige focus, vooral voor langere perioden. Mensen merken dat ze het verschil tussen waardevolle en nutteloze informatie niet meer kunnen onderscheiden. We stellen onze ziel open voor de vluchtige en sensationele invloed van het Internet.

Effecten van technologie op de geest

Kan het gebruik van technologie onze manier van denken veranderen?

De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche kocht in 1881 een schrijfmachine om hem te helpen schrijven omdat zijn gezichtsvermogen achteruit ging. Een paar vrienden merkten op dat zijn schrijfstijl veranderde na het gebruik van de nieuwe machine. De Duitse mediawetenschapper Friedrich A. Kittler merkte op dat Nietzsche's proza "veranderde van argumenten in aforismen, van gedachten in woordspelingen en van retoriek in telegramstijl."

Toen ze in de veertiende eeuw verschenen, veroorzaakten mechanische klokken een ontkoppeling van tijd en menselijke gebeurtenissen. Zij creëerden een geloof in een onafhankelijke wereld van mathematisch meetbare reeksen. De mechanische klok droeg bij tot de introductie van de wetenschappelijke geest en de bijbehorende wetenschappelijke mens. De mens luisterde niet langer naar zijn zintuigen, maar gehoorzaamde de klok. Het redeneren van de mens veranderde door meer mechanisch en minder menselijk te worden. Mensen zagen het verstand als een machine, net zoals wij het zien als een geavanceerde computer.

Op dezelfde manier zijn veel deskundigen tegenwoordig van mening dat we met de digitale revolutie een aantal redeneervaardigheden, het algehele mentale vermogen, de waarneming van details en het lange- en kortetermijngeheugen hebben verloren. Anderen geloven dat het verlies wordt gecompenseerd door een algemene winst. Stephen Downes van Canada's National Research Council beweert bijvoorbeeld dat het verlies van sommige geheugenfuncties wordt gecompenseerd door zoekmachines die de noodzaak om ons geheugen te ontwikkelen verminderen. Hopelijk zullen we dan vrij zijn om aan meer geavanceerde integratie en evaluatie van informatie te doen

In een artikel in The Atlantic Monthly vraagt Carr zich af: "Maakt Google ons dom?" Hij denkt dat het surfen op enorme hoeveelheden informatie op het internet ervoor kan zorgen dat we ons concentratievermogen verliezen. We lijden aan een gebrek aan concentratie en vinden het moeilijk om " grondig " in onderwerpen te duiken.

Wetenschappelijke studies tonen inderdaad aan dat snelle en gemakkelijke toegang tot een overvloed aan informatie de inspanning om dingen te onthouden vermindert. We hoeven onze hersenen niet in te spannen om iets te onthouden als het antwoord letterlijk binnen handbereik is.

Onze concentratie wordt voortdurend afgeleid door videochat, sociale netwerken, tekst- en instant messaging, forums en e-mails. Zelfs het simpelweg lezen van een webpagina kan pop-up advertenties, hyperlinks en auto-load video-inhoud bevatten. Dit alles belemmert ons vermogen om ons te concentreren. We surfen over het web van indruk naar indruk, van gevoel naar gevoel, terwijl we vergeten waarom we daar eigenlijk waren.

Geen tijd om te analyseren en beoordelen

Televisie was de voorloper van streaming media. Het presenteerde eerst een enorme hoeveelheid materiaal in een korte tijd. Het introduceerde zelfs complexe verhaallijnen in lange series die zich in de loop van de tijd ontwikkelden, waardoor diepgaande analyse erg moeilijk werd.

Het internet versnelt het probleem van de analyse. De menselijke geest kan niet alles verwerken en analyseren wat in een snel scenario wordt gepresenteerd. Het kan geen goed moreel oordeel vellen over wat zojuist is waargenomen.

Wanneer we een boek lezen, stoppen we, herlezen we, of denken we na over wat we net hebben gelezen. Er is tijd om nuances, onoverkomelijkheden en details te analyseren die in een snelle presentatie gemakkelijk verloren gaan. Zo kunnen we een meer diepgaande en accurate conclusie trekken. Het afkijken van sensationele inhoud op het web laat dit niet toe.

Erger nog, velen accepteren modieus gepresenteerde informatie als legitiem, ook al is ze in werkelijkheid onjuist. Zoals Carr zegt, hebben we een aanzienlijke hoeveelheid "grondig denken" nodig. Het Internet moedigt oppervlakkigheid aan en ontmoedigt diepzinnigheid.

Een visuele informatie explosie

Informatie is geen kennis. Kennis impliceert het begrijpen van een onderwerp door het interpreteren en synthetiseren van datgene wat wordt waargenomen. Informatie zonder begrip leidt alleen maar tot informatie-overload. Het Internet doet dit op verbluffende wijze door het enorme volume van de informatie die het beschikbaar stelt.

Het Internet heeft de produktie, distributie en toegang tot informatie gemakkelijker gemaakt dan ooit in de geschiedenis. Deze gemakkelijke toegang verdringt echter ook de selectie van de belangrijkste informatie, die vaak door analisten wordt gedaan. Dit gebrek aan selectie heeft geleid tot een explosie van overbodige, valse en onnauwkeurige gegevens die het internet overspoelen. Er is minder nieuws en veel meer propaganda.

Om bij te blijven in onze steeds veranderende wereld, moeten we steeds meer lezen, terwijl we moeten schiften tussen waar en onwaar. Het resultaat is het "informatiemoeheidssyndroom", dat leidt tot angsten, slechte beslissingen, geheugenproblemen en verminderde aandacht.

Een te grote afhankelijkheid van technologie kan leiden tot het verlies van mentale vaardigheden. Dit wordt "het afschrijven van onze hersenen" genoemd. Iedereen die wel eens een GPS heeft gebruikt, weet hoe moeilijk het is om terug te keren naar kaartleesvaardigheden. Dit komt omdat we bij het gebruik van een GPS niet dezelfde visuele aanwijzingen krijgen als bij het lezen van een kaart.

Maakt digitale technologie ons dus dom?

Er is geen eenduidig antwoord, omdat het afhangt van hoe we het gebruiken. De afleidingen van het internet zijn echter zowel opzettelijk als geestdodend. Veel deskundigen raden aan alle meldingen (ja, allemaal) uit te schakelen. Dit zal de obstakels verminderen die ons verhinderen te werken en ons te concentreren.

Niemand kan ontkennen dat de vooruitgang van de digitale technologie voordelen biedt. Misschien is die vooruitgang te technisch en niet moreel genoeg. De noodzakelijke ontwikkeling van de deugd is de enige echte manier om de gevaren van de digitale technologie het hoofd te bieden.

De discussie roept de vraag op: Beheersen wij onze technologie - of beheerst zij ons?

Bron: https://www.returntoorder.org/2019/07/is-digital-technology-helping-or-harming/

Afbeelding : http://elo-si.com/