Waarom wekt liefde haat op?

Waarom wekt liefde haat op?

Door: dr. Plinio Corrêa de Oliveira

Een vriendelijke lezer vroeg mij uit te leggen waarom de Kerk in de loop van haar geschiedenis zo fel is bestreden, hoewel zij de verkondiger van de Waarheid is. Hij wil ook weten waarom ware Katholieken, die geen compromissen sluiten met de hedendaagse dwalingen en trouw blijven aan de onveranderlijke leer van Onze Heer Jezus Christus, zo meedogenloos worden aangevallen.

Het komt mij voor dat de lezer zijn vraag nog verder had kunnen verruimen. De vervolgingen tegen de Kerk en de ware Katholieken van vandaag zijn historische voortzettingen van die tegen Onze Heer Jezus Christus. Hoe valt uit te leggen dat de Mens-God, die de Waarheid, de Weg en het Leven is, vervolgd werd tot op het punt dat hij gekruisigd werd tussen twee vulgaire dieven?

Deze vraag werd helder beantwoord door een van de grootste kerkleraren aller tijden, de heilige Augustinus, bisschop van Hyppo. Om het begrip van de lezers te vergemakkelijken, geef ik hier, enigszins aangepast, de leer van de grote Kerkleraar uit de vierde en vijfde eeuw weer.

Sint Augustinus (door Fra Angelico)

In zijn commentaar op de beroemde uitspraak van Terentius, "waarheid wekt haat", vraagt de heilige Augustinus [Belijdenissen, Boek 10, Hoofdstuk 23] zich af hoe hij zo'n onlogisch feit moet verklaren.

Inderdaad, zegt hij, de mens houdt van nature van geluk. Welnu, geluk is de vreugde die geboren wordt uit de waarheid.

Het is dus een dwaling voor iemand om de man die de waarheid predikt in de naam van God als een vijand te zien.

Nadat hij de kwestie aldus heeft uiteengezet, gaat de heilige Kerkleeraar verder met haar uit te leggen. De menselijke natuur heeft zo'n neiging tot de waarheid, dat wanneer de mens iets liefheeft dat in strijd is met de waarheid, hij toch wil dat dat iets waar is. Daardoor begaat hij een dwaling door zichzelf te overtuigen van iets dat in werkelijkheid onwaar is.

Daarom moet iemand hem de ogen openen. Welnu, omdat de mens niemand toestaat hem te tonen dat hij zich vergist heeft, duldt hij om dezelfde reden ook niemand om hem de dwaling te tonen waarin hij zich bevindt.

En de bisschop van Hyppo merkt op: Zo haten sommige mensen de waarheid omwille van datgene wat zij voor waar hebben aangenomen! Zij houden van het licht der waarheid, maar worden er niet door veroordeeld… Zij houden ervan wanneer het zich aan hen toont; zij haten het wanneer het hen doet zien wie zij zijn.

Zo worden zulke mensen gestraft voor hun ontrouw: zij willen er niet door ontmaskerd worden en toch ontmaskert het hun dekmantel. En toch blijft het - de waarheid - verborgen voor hun ogen. "Dit is precies hoe het menselijk hart wordt gevormd. Blind en lui, onwaardig en oneerlijk, het verbergt zich, terwijl het niet toestaat dat er iets voor verborgen wordt gehouden. Zo kan het toevallig niet vluchten voor de ogen van de waarheid, maar de waarheid vlucht voor zijn ogen." Met deze woorden besluit de heilige Augustinus zijn meesterlijke commentaar.