We moeten onze politie niet vragen het onmogelijke te doen

We moeten onze politie niet vragen het onmogelijke te doen

11 mei, 2021 | John Horvat II

Politie Nederland

We vragen onze politieagenten het onmogelijke te doen. In de huidige atmosfeer van grote decadentie, kunnen zij de orde niet handhaven.

Wij hebben hen opgezadeld met de taak om de wet te handhaven, terwijl wij die door onze cultuur voortdurend ondermijnen. Totdat we deze tegenstrijdigheid aanpakken, zal de taak van de politie een oefening in nutteloosheid zijn.

Het verkeerde verhaal

Velen denken dat de uitweg uit dit dilemma is te ontkennen dat het bestaat. Het linkse verhaal legt de schuld bij ons politiesysteem, dat volgens hen racistisch en onderdrukkend is. Door het als een structureel probleem te zien, kunnen mensen de inspanning vermijden die nodig is om de samenleving te veranderen. Ze kunnen aanspraken en rechten opeisen en tegelijkertijd hun verantwoordelijkheid verwaarlozen.

Bovenal stelt dit verhaal ons in staat een grote waarheid te ontkennen: de politiecrisis wordt niet veroorzaakt door een systeem, maar komt voort uit ons onvermogen om morele wetten te definiëren.

We hebben het punt bereikt van moreel relativisme waar weinigen durven te beweren dat er een goed en fout bestaan. Geen enkele handeling kan immoreel of blasfemisch worden geacht. Systemen, niet mensen, worden verantwoordelijk gehouden voor slechte daden.

In dergelijke omstandigheden worden misdaden wreed en onmenselijk. Deze misdaden verbrijzelen de sociale instellingen van familie, gemeenschap en geloof die de vrede zouden moeten helpen bewaren. Steeds brutalere misdaden leiden tot gewelddadige onderdrukkingsacties waarbij beslissingen in een fractie van een seconde moeten worden genomen om levens te redden.

Twijfel zaaien over de rol van de politie

In deze morele wildernis lopen politieagenten het risico hun identiteit te verliezen. Door het mediageweld tegen hen gaan ze twijfelen aan hun missie en verliezen ze het besef van hun legitimiteit.

Zo wordt de politieman gereduceerd tot de kille mechanische handhaver van een rechtscode die de onvermijdelijke botsing van ongebreidelde hartstochten in de samenleving tracht te temperen. De wet is niet langer een moreel kompas dat een deugdzaam leven in het algemeen mogelijk maakt, maar een koud en levenloos instrument om te proberen uitbarstingen te beheersen.

Al die tijd eist het politieke establishment orde en gezag van politieagenten, terwijl het hen in de rug steekt door hun voortdurende voorkeur voor een cultuur zonder moraal of zelfbeheersing.

Alle autoriteit moet orde ondersteunen

Het zorgt voor een onhoudbare situatie. Het is een onmogelijke missie. In een wereld van wanorde kan geen enkele politiemacht - hoe groot, goed uitgerust of goed opgeleid ook - hopen zelfs maar een mechanische orde te handhaven. We kunnen niet lang in deze tegenstrijdigheid leven.

In een geordende maatschappij dragen alle sociale autoriteiten, waar en wie zij ook mogen zijn, bij tot de bescherming van de moraal en de onderdrukking van het kwaad dat de goede orde van de maatschappij bedreigt. Een ondernemer, een theaterdirecteur of een professor laten geen onzedelijke of ongeordende handelingen toe op de plaatsen die onder hun toezicht staan.

In een organisch-Christelijke samenleving verzet de vader, de bewaker of de buschauffeur - elke legitieme autoriteit - zich tegen en onderdrukt wat verkeerd is en de vrede en de orde ondermijnt. Bovenal leren geestelijken en religieuzen de zielen voortdurend de noodzaak zich te houden aan de Wet van God.

De voortdurende mobilisatie van al deze autoriteiten tegen het kwaad creëert een cultuur die ongastvrij is voor wanorde en misdaad. Waar een deugdzame cultuur bestaat en sterk en levendig is, wordt het werk dat voor de politie overblijft tot een minimum beperkt. Iedereen draagt via de cultuur bij tot de handhaving van de samenleving in vrede en tot de bevordering van het algemeen welzijn.

Waarom wij geen orde hebben

Dat is niet onze wereld vandaag. Wij hebben vandaag geen orde omdat de autoriteiten op elk niveau - ja, van de minister-president en de bisschoppen tot de eenvoudigste vader - verzaken aan hun plicht om het kwaad van de dag tegen te gaan en te onderdrukken. Zij laten hun verantwoordelijkheid varen in naam van een foutief liberaal vrijheidsbegrip, dat opgedragen vrijheid veranderd heeft in een vrijbrief om iedereen te laten doen wat hij wil en wanneer hij wil. Sommige autoriteiten werken samen met de boosdoeners; anderen hebben niet de moed om de misplaatste cultuur van onze samenleving aan te vechten en te veranderen.

En als het dan misgaat en de samenleving uit elkaar begint te vallen, bellen ze 112. Zij verwachten dat de politie wonderen verricht en de gevolgen van hun eigen zondige en criminele nalatigheid voorkomt. Zij verwachten dat de politie de gebroken stukken van de gezinnen en gemeenschappen die zij - ja, zij, elke autoriteit van de minister-president en de bisschoppen tot de eenvoudigste vader - zelf gedurende tientallen jaren van verwaarlozing hebben vernietigd, weer oppakt en aan elkaar lijmt.

Het is een onmogelijke missie voor de politie. Zij krijgen de schuld en worden verguisd. Zij worden tot zondebok gemaakt voor de lafheid en het plichtsverzuim die het leiderschap van de natie al lang kenmerken in zeer moeilijke tijden waarin alleen morele moed Nederland kan redden.

De zoektocht naar transcendentie

Dus hebben we een morele wet nodig.

Maar de morele wet alleen is niet genoeg om de vrede te bewaren. Regels moeten gericht zijn op hogere doelen die ze zin en doel geven. We moeten dus ook een notie hebben van de transcendente werkelijkheid die boven onze grillen en eigenbelang uittorent en tot ons spreekt over verheven dingen.

Voor ware orde moeten wij inderdaad zoeken naar wat Russell Kirk de "permanent things" noemde, zoals de normen van moed, plicht, eer, rechtvaardigheid en naastenliefde. Deze deugden zijn blijvend omdat zij hun bestaan en legitimiteit danken, niet aan ons kleingeestig eigenbelang of de Nederlandse grondwet, maar aan de Almachtige God.

Mensen moeten die heilige en metafysische sfeer aanvoelen die onze zoektocht naar het goede, ware en schone - de orde die God in de schepping heeft aangebracht - vergemakkelijkt. Zo niet, dan is alles verloren.

Als niets heilig is, zullen alle dingen terugvallen in de politie, omdat geen enkele regel zal worden geëerd om zijn inherente waarde. Zonder een hogere visie, zijn we overgelaten aan onze onmatigheid.

De drang naar bevrediging zal altijd leiden tot bruut geweld om met de daaruit voortvloeiende verdorvenheid om te gaan. Zij die de politie belasteren bereiden de weg voor totalitarisme dat vroeg of laat de macht zal overnemen.

Een religieus probleem

Daarom is de politiecrisis uiteindelijk een religieus probleem. Een morele samenleving heeft alleen zin in het aangezicht van een transcendente God die het universum regeert en de regels vaststelt volgens welke wij kunnen samenleven volgens onze sociale aard. Het veronderstelt de Kerk die de samenleving bepaalt en richt naar onze heiliging.

Wanneer de moraal wordt uitgekleed en alles wordt teruggebracht tot een seculier wetboek, zal de priester noodzakelijkerwijs worden vervangen door de politieagent. En bij gebrek aan een dictatuur, zullen er nooit genoeg van hen zijn om het afglijden naar verdorvenheid en barbaarsheid te voorkomen.

Zij die het systeem de schuld geven van onze ellende zouden er goed aan doen zich naar binnen te keren. Ieder van ons heeft enige verantwoordelijkheid voor de huidige onrust. We krijgen de politie die we verdienen.

Wanneer we erop staan dat de politie ons beschermt zonder de moraal of onze liberale en perverse cultuur te veranderen, vragen we de politie de achterhoede te worden van een zichzelf vernietigende samenleving. We zijn al verslagen. De politie organiseert slechts, zo goed als zij kan, de terugtocht van de natie in ontbinding en chaos.

Wij doen er inderdaad goed aan onze politiemensen te erkennen en te bedanken, die die dunne blauwe lijn vormen die de samenleving scheidt van de barbarij binnen de muren. We mogen echter niet het onmogelijke verwachten van de politie. Het zijn geen wonderdoeners.

Als we als natie willen overleven, moeten we het huidige narratief verwerpen en een terugkeer naar God omarmen.